Uitleg boekenlegger: herken middelengebruik, do’s en dont’s

Het motiveren van jongeren met LVB die problematisch middelen gebruiken voor gedragsverandering is vaak lastig en de bereidheid tot, of motivatie voor, verandering bij jongeren met LVB vaak kwetsbaar. Er wordt immers veel gebruikt in zijn directe omgeving, het is ‘stoer’, het helpt om te kunnen ontspannen en er worden vaak maar weinig (directe) nadelen ervaren. Om tot bereidheid voor verandering te komen speelt de directe omgeving een belangrijke rol.

Middelengebruik leidt vaak tot een vijandige en afkeurende houding van de omgeving. Heel begrijpelijk gezien de risico’s die aan het middelengebruik verbonden zijn en de zorgen hieromtrent van de omgeving. De realiteit is echter dat jongeren dit zelf vaak heel anders ervaren. De jongeren heeft al 100x gehoord dat drank en drugs slecht zijn, maar de beleving is vaak anders. Beschuldigen en dreigen slaat een gesprek dood en uitsluitend controleren en beheersen werkt vaak ‘stiekem’ gebruik in de hand. Daarnaast is de omgeving vaak geneigd om de ‘echt nadelige gevolgen’ van het gebruik te beperken, door zaken op te lossen voor de jongeren, zoals regelzaken die de jongere prima zelf had gekund wanneer hij niet zoveel gebruikt. (Veel) gebruik maakt namelijk passief, de interesse vermindert en het verantwoordelijkheidsgevoel neemt af.

Herken middelengebruik
Bij alle vormen van (gedrags)verandering bij jongeren is het belangrijk ook te denken aan middelengebruik:

  • Opvallende verandering in gedrag: snel wisselende emoties, een kort lontje, vermoeid, achterdocht, onrust, angstig, toename agressie of juist down en energieloos;
  • Verandering van vriendengroep;
  • Ontwijkend gedrag: vermijden van (oog)contact, weglopen, moeilijk bereikbaar zijn;
  • Concentratieproblemen en vergeetachtigheid;
  • Liegen;
  • Dalende (school)prestaties en schoolverzuim;
  • Niet nakomen van afspraken of verplichtingen;
  • Verminderde zelfzorg;
  • Geen interesse voor de omgeving, mensen in de nabije omgeving en eerdere hobby’s;
  • Rode ogen, verwijde of vernauwde pupillen;
  • Gewichtsverlies in korte tijd en/of minder eetlust;
  • Geldproblemen;
  • Parafernalia zoals wietzakjes, lange vloei, filtertips, envelopjes van vetvrij papier etc.;
  • Geur van alcohol, rook of wiet.

Do’s !

  • Praat erover: óók als er (nog) niets aan de hand is. Stel open vragen;
     
  • Kies het juiste moment voor een gesprek;
     
  • Houd je eigen ideeën, kritiek, oplossingen achterwege: alleen als ernaar gevraagd wordt en spreek dan in de ik-vorm;
     
  • Ben professioneel nieuwsgierig: heb een open en belangstellende houding, oordeel niet en probeer te begrijpen waarom de jongere gebruikt;
     
  • Ben er voor ze: de jongere moet weten dat hij/zij bij je terecht kan;
     
  • Stem je tempo af op de jongere: ga niet te snel, houdt rekening met wat de jongere wil, kan en waar hij klaar voor is. De jongere maakt de uiteindelijke keuze;
     
  • Heb respect voor autonomie;
     
  • Stel duidelijke grenzen en ben consequent in het hanteren hiervan;
     
  • Laat hem/haar eigen oplossingen bedenken;

Don’ts !

  • Ondervragen staat oprechte interesse in de weg;
     
  • Preken en moraliseren: de jongere heeft  al 100x gehoord dat drank en drugs slecht zijn. De beleving is vaak anders;
     
  • Bevelen: werkt sociaal wenselijke antwoorden in de hand;
     
  • Beschuldigen en dreigen: hierdoor kan een gesprek doodslaan;
     
  • Uitsluitend controleren en beheersen: dit werkt stiekem gebruik in de hand;
     
  • Faciliteren: nadelige kanten van het gebruik oplossen. Zonder nadelen zal hij/zij het gebruik nooit willen veranderen.
Deel deze pagina op